In het laatst van juli zie ik kans om er even weer een paar dagen tussenuit te knijpen. Op 24 juli maak ik de boot al wat schoon, wat wel nodig is na een maand hier voor de wal, en vul ik de watertank vast, en de andere morgen sla ik nog wat proviand in, strijk ik de mast, en breng ik de laatste spullen aan boord. Ik lunch nog thuis, en om 13.00 gaan de trossen los, wend ik de steven, en zet koers naar bekende, en zoals later zal blijken ook onbekende wateren. Ik ga de Verlengde Hoogeveense Vaart op, en nadat ik in Noordscheschut geschut ben passeer ik daar onderstaande mooie grote jol. De Buvier uit Utrecht.

Het is bewolkt, 25 graden, en een beetje benauwd. Het is al redelijk druk op het water met volle aanlegplaatsen, en ik verwacht bij de aanlegplaats voor de Klenckerbrug ook wel wat schepen, maar wanneer ik daar om 16.00 uur aankom is het helemaal leeg. Later komt er op het andere eind toch nog een scheepje bij.

26-7 Vanavond komt nicht Antoinette aan boord na het KWAK, voor een hapje, een drankje en het diner. Om daar te komen moet makkelijk te doen zijn, dus ik neem het er van vanmorgen, want ik lig hier lekker. Om 10.30 bel ik de brugwachter voor bediening en vaar ik naar de brug toe. De bruggen worden vlot bediend, en wanneer ik bij de spoorbrug (hefbrug) bij Nieuw Amsterdam ben word die net bediend voor een paar schepen die van de andere kant komen en omdat ze me kunnen zien met de camera's, verwacht ik dat ik groen zal krijgen wanneer die erdoor zijn. De brug na de spoorbrug geeft al rood/groen voor mij, en wanneer het licht van de spoorbrug rood blijft en hij niet zakt geef ik maar vol gas, om toch snel van deze opening gebruik te kunnen maken. Niet zoals het hoort, maar een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid af en toe moet kunnen!

Het is 12.15 wanneer ik aanmeer voor de Ericasluis. Middagpauze! Ik ga daar ook even op de fiets naar Erica voor een boodschapje. Ik lig daar voor de sluis aan de kant, en omdat na 13.00 uur op de sluis geen enkele beweging te zien is waar uit blijkt dat ze me willen schutten vaar ik maar naar het remmingwerk voor de sluis toe, en maak daar vast. Nog steeds geen enkele reactie! Dan vaar ik maar weer naar de kant, en kijk ik bij de sluis of er ergens een telefoonnummer te vinden is. (Het is een op afstand bediende sluis) Niks! Dan zie ik een antenne bij de sluis staan, en kom ik op het idee om via het marifoonkanaal van de de op afstand bediende brug waar ik net voor twaalf uur doorgekomen ben, contact te krijgen. Dat werkt, en om kwart over twee ben ik door de sluis. Brugbediening gaat verder goed, maar wanneer ik bij de bij de Oranjesluis aankom zie ik dubbel-rood. Er blijkt storing op de sluis te zijn. Die is gelukkig na een half uur verholpen, maar langzamerhand begint de geplande ontmoeting met Antoinette wat minder relaxt te worden, want ik moet ook nog een salade maken. Het is kwart voor vijf wanneer ik aan het eind van het Prins Willem Alexander Kanaal door de trambrug vaar. Daar ligt alles vol volgens de brug/sluiswachter, maar omdat ik zo naar het Veenpark wil varen, wil ik toch door die brug, en denk ik wel een plek te kunnen vinden buiten de reguliere aanlegplaats. Dat valt echter tegen, want de wallekanten worden beschermd door keien, en daar ligt de Aimée niet graag tegenaan. Voor de Josefvaart die door het Veenpark loopt weet ik echter nog een stuk met beschoeiing, dan vaar ik daar wel heen. Ik probeer eerst Antoinette te bellen om haar mee te delen dat ik niet bij het theehuis aan het eind van het KWAK lig, maar ze neemt niet op. Ik heb al wie weet hoe vaak gebeld, als ik een appje krijg of ik vastgelopen ben. Inmiddels lig ik op de betreffende plek, en app terug waar ik ben. Even later treffen we elkaar daar, en kan Antoinette inschepen, samen met een stuk meegebrachte appelkoek. Het blijkt dat ik de eerste keer per ongeluk haar vaste nummer gebeld heb, en daarna steeds weer dat nummer gekozen, om haar te bereiken. Maar goed, we hebben elkaar gevonden, en ik vaar naar een mooie plek in de Josefvaart,  

en leg daar de boot vast in de schaduw van wat bomen, met de vaarboom door de zwemtrap. Onder het genot van een drankje en wat hapjes praten we wat bij, genieten we van de omgeving,en maak ik ook de (Griekse) salade, en als klap op de vuurpijl is er na het eten, thee met een stuk appelgebak. Lekker! De tijd vliegt, en het begint al te schemeren wanneer ik Antoinette weer bij de auto aflever. Ik vaar terug naar dezelfde plek, en leg daar nu de boot tegen de kant. 

 

27-7 Na een goede nachtrust, een goed ontbijt, en een rustig begin van de dag vertrek ik om 9.15. Wanneer ik bij de St. Josefbrug kom ligt daar al een schip te wachten, en de brugwachter is er ook net, zodat ik zowat zo door kan varen. Het is een vrij groot jacht, maar ze doen kalm aan, en wanneer er een visser aan de kant zit, valt hij zowat helemaal stil, en gaat helemaal naar de tegenover liggende oever. Misschien is het zelf een visser. Wanneer we in het Jansenverlaat geschut worden zeggen ze dat ik maar voor moet gaan. Misschien hebben ze door dat ze een wat irritant vaargedrag hebben voor degene die achter hen vaart. In Emmer-Compascuum sluiten er nog twee schepen zich bij ons aan, waaronder de Dromer uit Amsterdam. Wanneer we bij brug De Maten aankomen, vlak voor het Achtste Verlaat is het middagpauze. Het is vandaag bewolkt, 23 graden en een beetje benauwd. Er is nog wel zoveel zon dat ik daar de schaduw van een boom opzoek.

Het is altijd gezellig bij het Achtste verlaat, evenals bij de andere sluizen op het nieuwe vaartraject.

Wanneer we om 13.00 verder kunnen en daarna in de sluis liggen hoor ik van het dreamteam van de Dromer dat ze de site van de Aimée kennen, en fan zijn van de vaarverslagen.

 Ze hebben plannen om een keer met de Dromer naar Frankrijk te gaan, en op zoek naar informatie hebben ze me gevonden op het WWW. Leuk, zulke ontmoetingen. Ik hoorde van hen dat ze naar Bourtange willen, en ik wil ook die kant op. Daarom vraag ik hen na de sluis of zij de brug willen bedienen, omdat zij met z'n tweeën zijn. Na de brug meer ik aan, aan een oud stukje loskade in een prachtige parkachtige omgeving. Ik loop gauw met mijn zelfbedieningssleutel naar de Bosbrug, zodat ik die kan bedienen voor de Dromer. Daar komen net twee mannen aan die de bediening voor hun rekening willen gaan nemen, en het is de bedoeling dat ze dat ook bij de andere kunstwerken gaan doen. Het is een proef om te kijken of zo het aantal storingen bij zelfbedieningsbruggen gaat verminderen. Ik krijg een telefoonnummer dat ik kan bellen wanneer ik zelf ook bediening wil wanneer ik morgen verder ga.

 

28-7 Nadat ik boodschappen heb gedaan gooi ik om 9.30 de trossen los. Hier ben ik net door de Bosbrug heen. 

Ik heb niet gebeld voor hulp bij brugbediening want ik heb liever de vrijheid van de zelfbediening. Dat gaat me wel extra tijd kosten want na de sluispassages van de Dromer is er geen schip meer van de andere kant gekomen, waardoor de sluizen allemaal naar de andere kant openstaan, met als gevolg dat het een hele tijd duurt voordat ik er van deze kant kan invaren, maar dat heb ik er wel voor over. Ik heb echter buiten de waard gerekend, want vanuit de verte kan ik al zien dat er beweging is bij de Ter Apelersluis, en ja hoor, wanneer ik een beetje kalm aan doe gaat de brug al omhoog,  

en kan ik zo de sluis invaren. Waar die man op de loer gelegen heeft; geen idee! Ik accepteer de hulp gelaten, en vervolg mijn weg na de sluis op mijn dooie akkertje, genietend van de mooie omgeving. Ik hoor van de bruggenwipper dat hij tot twaalf uur dienst heeft, en dan wordt afgelost door een collega. De Zuidveldsluis is de laatste die hij doet, en een eind na de sluis ga ik voor anker in de schaduw van een paar bomen. 

Het is dan 22 graden. Het is 13.15 wanneer ik het anker licht. Wanneer ik een paar minuten later bij de Sellingersluis aankom is daar geen bediening. Mooi, dan doe ik het weer zelf. Dan merk je ook direct weer waarom zelfbediening zo leuk kan zijn, want gelijk stopt er een fietspaar die belangstellend mijn verrichtingen volgt, met bijbehorend praatje en vragen. Bij de volgende sluis is het weer raak, want daar is een Duits gezin met kinderen die belangstellend de werking van de sluis volgen. Een meisje is erg geïnteresseerd in de boot, en vraagt "schlafen sie im boot, und ist auch ein klo darin? Ze kan het zich geloof ik nauwelijks voorstellen.

Hier ben ik inmiddels bij de Bourtangersluis. Die loopt vol, en de brug is automatisch omhoog gegaan nadat ik de zelfbedieningssleutel omgedraaid heb in de bedieningskast.

Het wordt een latertje vandaag, want ik heb vanavond en vannacht liever de rust van het Veendiep, dan een ligplaats waar af en toe toch nog een auto of landbouwvoertuig langskomt. Hier ben ik inmiddels op het Veendiep, en hier en daar mag langzamerhand wel een beetje gesnoeid worden.

Het begint net te regenen wanneer ik om 18.30 tegen de kant voor anker ga aan het eind van het Veendiep.

29-7 In een brochure, die ik gekregen heb bij het 8ste Verlaat, lees ik dat er in Wedde een kasteel is, en dat in dat gebied de basis voor het huidige Nederland is gelegd. Een goede reden om dat doodlopende stukje vaarwater eens te verkennen! Om 8.45 haal ik het anker op, en al gauw vaar ik af en toe door prachtige stukken natuur,

en langs een haven met plexat.

Na een uur meer ik aan, bij Wedde, vlak naast het gemeentehuis van de gemeente Bellingwedde.

Het kasteel is vlakbij, en na een kopje koffie wandel ik daar eerst maar eens heen, en omheen.

Ik heb geen behoefte om Wedde verder te verkennen. Ik zou hier even naar de supermarkt kunnen, maar ik wil vandaag nog naar Nieuwe Statenzijl, daarom besluit ik om wat ik nodig heb maar in Bad Nieuweschans te kopen. 

Om 11.15 wend ik de steven en vaar dezelfde mooie route terug. Bij het Veendiep aangekomen vaar ik die per ongeluk weer een eind in, krijg daar een bui, dus gauw het anker uit. Etenstijd! Om 13.00 uur ga ik verder, en twee uur later meer ik aan bij Bad Nieuweschans. Nadat ik de nieuwe proviand aan boord verstouwd heb bel ik het nummer dat op de brug voor de haven stond, en waar ik nog wel onderdoor kon.

"Harry."

"Goeiemiddag. Ik wil graag een opening van de brug."

"Van welke kaant komst? Van Winschoot'n,

of van Nije Staotenziel?"

"Van Winschoten."

"Goud, 'k kom dr'an."

Na de brug heb je al snel een spoorbrug, en toen ik naar de winkel ging keek ik of ik kon zien hoe daar de situatie was. Of daar een bordje stond met een drukknop of telefoonnummer, en hoe je daar aan moest meren. Ik kon dat niet goed zien. Na de brug zag ik niks van dat alles, dus gauw het boekje met vaarwegen en bedieningstijden voor Provincie Groningen opgezocht. Lastig, want ik heb een stevige wind "op de kont". Voor bediening moet ik contact opnemen met Synergon via een 06-nummer. Zal wel een centrale bedieningspost zijn van de spoorwegen. Wanneer er opgenomen word hoor ik wat herrie en muziek, verder niks. Nog maar een keer hetzelfde nummer gekozen en wanneer er dan opgenomen word hoor ik;

"Harry..., 'k kom d'r an jong".

Het blijkt het zelfde nummer te zijn als op de brug, en Synergon is een werkvoorzieningsschap. Meteen zie ik Harry langsrijden in z'n auto, en even later ben ik ook door de spoorbrug. Goed werk Harry! Om 16.45 meer ik aan bij Nieuwe Statenzijl. Een beetje "het eind van de Wereld", maar wel mooi!

Voor het eten ga ik al even een kijkje op de sluis nemen, en na het eten maak ik een wandeling naar de Kiekkaaste, een buitendijkse vogelkijkhut. Een hele wandeling over de houten loopsteiger door de rietvelden,

maar dan heb je ook wat; een prachtig uitzicht! Ik had de Dollard graag van hieruit willen zien met laag water, dus met drooggevallen platen, zodat ik misschien ook een zeehond zou kunnen spotten, maar dat is vannacht om 2.45, en morgenmiddag om 15.22. Dan zou ik hier nog een keer moeten overnachten. Dat heb ik er niet voor over, en bovendien heb ik een beperkt aantal vaardagen voor deze tocht. Ik moet het dus doen met het uitzicht en de vogels, waaronder zwaluwen die allemaal nesten onder het dak van de hut hebben.

De vaargeul vanaf de sluis de Dollard, waarvan het eerste stuk is aangegeven met prikken, daarna met boeien.

30-7 Ik wil vandaag over de Dollard en Eems naar Delfzijl. Over getijdenwater dus, en dat kun je dan het best met afgaand tij doen, want dan heb je de stroom mee. Om 9.16 is het hoogwater in Delfzijl, en een kleine drie uur later wil ik proberen naar buiten te schutten. Op een bord bij de sluis staat een telefoonnummer dat je kunt bellen voor bediening, en ik vraag een schutting aan voor ongeveer twaalf uur. Omstreeks 11.00 uur komen er vier schepen vanaf richting Bad Nieuweschans, die ook geschut willen worden. Ruim voor twaalf uur krijgen we al rood/groen, en om twaalf uur "proeft" de kiel van de Aimée zout water. Een van de schepen, een Duitser, heeft direct het gas er al goed op, en passeert mij al gauw gevolgd door de andere jachten.

Eerst prikken zoals gezegd, en daarna boeien. Volgens de kaart zijn die genummerd, beginnend met nummer 29, maar ik zie geen nummers. In grote slingers volgen we zo de bebakende vaargeul. De snelheid loopt al lekker op door het afgaande tij. Dan zijn er ineens grote boeien waar wel nummers op staan. Nummer 29?! Ik ben al heel wat boeien voorbij gekomen, dus die nummering op de kaart klopt niet. Het nummert naar beneden, dus het zou een veel lager nummer moeten zijn. 

Dan ben ik ineens bij de laatste boei, tenminste, ik zie geen boeien meer voor mij. Dan maar verder "op het oog", richting Delfzijl. Ik heb altijd de GPS aanstaan waarop ik de snelheid dus kan zien, en ineens zie ik dat die is gezakt naar maar 5 km/u. Ik heb even nodig om mij te realiseren dat ik bezig ben om aan de grond te lopen, en dat met afgaand tij!!! Snel zet ik de motor vol gas in de achteruit, en gelukkig kom ik snel weer los. Dan kijk ik eens goed om me heen, en heel in de verte zie ik stuurboord van mij een boei. Met de schrik nog in de benen verleg ik de koers naar die boei, en merk wanneer ik daar ben dat de boeien nu veel verder uit elkaar liggen, en dat het soms even zoeken is naar de volgende boei. Ik ben inmiddels wat tussen de platen weg, en omdat er een stevig windje "op de kop" staat (wind tegen stroom) gaat de Aimée soms flink te keer (filmpje). Het was een boeiend tochtje, en goed te doen, maar toch ben ik blij wanneer ik omstreeks 14.00 uur de havenhoofden van Delfzijl passeer, en in rustiger vaarwater kom. Even heb ik het idee dat ik de verkeerde afslag heb genomen, maar waarschijnlijk zijn ze even wezen buurten.

Tijdens het wachten voor de Zeesluis, het is dan al 15.00 uur, bak ik pas een eitje voor op mijn middagboterham,

en ruim een uur later meer ik aan op mijn favoriete plekje hier in Delfzijl, beneden de Roggekampsluis.

Op de fiets maak ik 's avonds even een rondje, door Delfzijl, langs de haven en door Farmsum. 

31-7 Het is grijs vanmorgen, maar wel droog. Ik ben echter nauwelijks vertrokken om 12.00 uur, of het begint te regenen, en ik meer gauw weer aan, aan een gammel steigertje op inmiddels het Damsterdiep. Ik eet daar ook, en ruim twee uur later ga ik verder. Bij de eerste ophaalbrug bij Appingedam moet je per telefoon bediening aanvragen, en dat duurt altijd even. Na Appingedam, bij de Tjamsweersterbrug 

roep je dezelfde brugwachter op met de zelfbedieningssleutel. Af en toe is er een buitje, die ik bij een brug binnen uit kan zitten. Om 17.15 meer ik aan bij Garrelsweer vanwege een onweersbui, en besluit om hier te overnachten.  

Wanneer het echter na een uur weer droog is besluit ik om toch door te varen naar het Oosterdijkshorner Verlaat.

Daar kom ik om 19.30 aan, en heb ik nog genoten van een heerlijk tochtje met mooie Hollandse luchten.

 

1-8 Ga ik door Friesland terug, of via de Drentse Hoofdvaart? Het wordt Drenthe, en om 7.45 vertrek ik, vaar weer terug naar het Damsterdiep, en meer een kwartier later aan bij Ten Boer. Even een boodschapje doen. De super is vlakbij, maar blijkt pas om 8.30 open, dus terug naar de boot. Na de boodschappen, motor starten, brug bedienen en daarna verder. Bij de volgende brug gaat het zowat fout. Ik meer de boot aan bij het steigertje waar je er af kunt, en waar pennen door de bolders zitten voor het aanmeren. Ik bedien de brug, bomen dicht en brug open, en loop naar de boot terug. De brug draait echter naar de boot toe, en de voorkant van de boot ligt binnen de draaicirkel van de brug zie ik. Ik ren naar de boot, maak los en zet de motor vol gas in zijn achteruit. De brug mist op een haar na de boot! Ik moet dus in het vervolg op dat schuine stuk waar geen steiger is aanmeren.

De stad Groningen is altijd weer leuk om door te varen. Noord-Willemskanaal, in Groningen een aantal bruggen en de spoorbrug kosten wat tijd, maar om 12.15 meer ik aan voor de Oosterbroeksebrug voor de middagpauze. Om 13.00 krijgen we groen en kunnen we verder,

en na vier uur en een paar vreemde vogels meer ik aan in de passantenhaven in Kloosterveen die voor de verandering eens vol ligt.

 

2-8 Dat is voor de havenmeester kennelijk de moeite waard om langs te komen, want dit is de eerste keer dat ik hier liggeld betaal. De brugwachter is er al, en ik wil ook graag van de opening gebruik maken, maar wanneer ik vanaf de steiger tussen de palen door wil varen loop ik aan de grond. De haven is daar dus nog geen 85 cm diep. Hebben ze meteen een doel voor het net geïnde liggeld! Ik vaar dus maar een eind achteruit, want ik weet dat het daar dieper is, en ga daar tussen de palen door, en om ruim negen uur vaar ik door de Kloosterbrug op weg naar Meppel. Om 12.00 uur zijn we bij de Haarsluis en houden we middagpauze. Het is wel een mooie dag om te varen, bewolkt, met af en toe een beetje zon en een lekker temperatuurtje.

13.00 uur verder. Wanneer ik bij de Dieversluis aan kom staat er een cameraploeg van RTV-Drenthe op de kant. Net op de plek waar ik aan moet meren in de sluis, dus er is geen ontkomen aan. Ik lig dan ook nauwelijks vast of ik krijg al een microfoon onder mijn neus. Ongeschminkt en en wel. Na de sluis kiest een van de schepen ligplaats in de haven van Dieverbrug, en onderweg vinden ook de andere schepen een plek. In mijn eentje kom ik bij de Paradijssluis aan. Na de sluis vaar ik door naar de Staphorster Grote Stouwe, en vlak nadat ik daar om 17.30 aangemeerd heb begint het te miezeren. 

 

3-8 Ik ben vroeg wakker en het regent. De vooruitzichten voor vandaag zijn ook niet geweldig, maar omdat ik hier niet wil blijven liggen zo dicht bij het Meppelerdiep, gooi ik gauw de trossen los wanneer het om 7.15 droog is, maar hoe dichter ik bij Rogat kom hoe dichter de lichte miezer-regen word. Om 8.30 maak ik daar beneden de sluis vast, en duik gauw naar binnen. Tegen twee uur klaart het wat op en komen er ook twee schepen op de sluis af. Ik besluit om met hen mee te schutten. Gedrieën doen we ook de Ossesluis. Bij Echten kiest een van de jachten ligplaats, en met de ander    

word ik geschut in de Nieuwebrugsluis. Ik vertel hun dat ik direct na de sluis ga liggen, omdat ik de laatste brug vandaag waarschijnlijk niet meer zal halen voor vijf uur. Zij besluiten ook daar ligplaats te kiezen. Omdat zij de Veenvaart willen varen en ze geen brochure van de sluiswachter kregen besluit ik om hen de brochure te geven die ik vorig jaar gekregen heb. Meteen word ik uitgenodigd voor een schippersbittertje. (of was het een berenburg?) Een uitnodiging die ik graag aanneem. Ik had de mooie lijnen van het schip al bewonderd toen ik achter hen voer, en ik hoor dat het en Deens of Noors (?) vissersschip is; 

                                                                                                                              de

De schipper heeft het schip zelf helemaal gerestaureerd, eigenlijk weer helemaal opnieuw opgebouwd, en wanneer ze horen dat ik de Aimée gebouwd heb volgt er op beide schepen een rondleiding.

Het is al niet vroeg meer wanneer ik de fiets onder de tafel weghaal en naar de Chinees ga voor een portie nasi met babi pangang. Na het eten geniet ik uitbuikend van een mooie zonsondergang.

4-8 Wanneer ik om 9.00 uur vertrek is op de Dagmar alles nog in diepe rust. Om 10.15 meer ik thuis aan.